In de 17de eeuwse Kueken van Kasteel Hoensbroek treft u op de vloer voor de haard een paar trippen. Dit zijn een soort klompjes van hout met een leren bandje over de wreef. De bedoeling was dat personeel met schoen en al in de trippen stapte en vuil werk ging doen. Zodra het werk af was deed men de trippen uit en liep op de eigen schoenen verder. Het is eigenlijk de Middeleeuwse variant van onze rubberen laars. Sommige mensen droegen een soort leren slobkousen met houten trippen. Omdat deze houten slippers een hoge zool en hak hadden, droeg men trippen vaak in regen- of sneeuwtijd. Ook droeg men wel leren schoenen met ijzeren hakken.
Ook adellijke lieden droegen houten onderschoenen. Na 1200 verschenen er schoenen met lange spitse neuzen, tootschoenen of snavelschoenen genaamd. Ze leken op het model schoenen uit Mesopotamië en het is waarschijnlijk een ridder op Kruistocht geweest die dit idee mee naar huis heeft gebracht. De punt van de schoen was in sommige modellen zo overdreven lang geworden, dat hij met een kettinkje op kniehoogte moest worden vastgemaakt aan het been. De punt werd helemaal opgevuld. Hoe belangrijker iemand was en hoe minder hij hoefde te werken, hoe langer de punt was. Het werd een statussymbool voor ridders en rijke burgers. De punten waren wel kwetsbaar als men ermee over de ongeplaveide straten moest lopen. Het materiaal, zacht leer of fluweel, was niet zo sterk. De middeleeuwse schoenmakers maakten daarom een houten onderschoen die met een leren riempje om de snavelschoen werd gebonden. Deze onderschoenen noemde men trippen.
Er is bestaat tegenwoordig een schoenmerk “Trippen” en de leest is zeker geïnspireerd op de historische variant.

Neem contact op:
Telefoon +31 (0)45 522 7272
E-mail info@kasteelhoensbroek.nl
Bel me terug:
Als u uw nummer hier invoert,
bellen wij u terug.