Hoensbroek is ontstaan in een zeer drassig gebied. Tegen de heuvels waren bossen en velden, maar in het dal was moeras, doorsneden door beekjes. Een van deze oudste waterwegen werd de Auvermoer genoemd; waarschijnlijk een verbastering van Alde-moer, alde-moeder, oude moeder. Deze beek is tegenwoordig gekanaliseerd en overkluisd en heet de Caumerbeek. Een andere verklaring van de naam Auvermoerbeek herinnert aan de Auvermannetjes die daar vroeger in de Auverberg woonden. Het woorddeel ,"moer'' zou dan verwijzen naar moeras.
De verhalen over de Auvermannetjes werden door heel Limburg verteld. De Auvermannetjes waren kabouters die onder de grond leefden en zeer mensenschuw waren. Ze kwamen 's nachts alleen uit hun holen, om bij de rijkere mensen huisraad te lenen. Deze voorwerpen werden steeds in goede orde teruggebracht en het koper- en tinwerk blonk dan als goud en zilver.
Deze Auvermannetjes deden klusjes in ruil voor het lenen van keukengerei, maar ook in ruil voor lekkere hapjes. Zo waren er vele mensen in Limburg die vlaaien, rijstepap of ander voedsel buiten naast de deur klaarzetten. Herstel- of poetswerk werd ernaast gezet en de volgende morgen was het eten verdwenen en het klusje geklaard.
Toch waren de kabouters niet helemaal zo onschuldig als ze misschien mogen lijken. Ze waren zeer mensenschuw en hielden er helemaal niet van als ze bewust werden bespied.
Op een avond werd er weer op de ruiten geklopt en de mensen wisten dan dat ze hun kookgerei te leen buiten konden zetten. Gebruikte ketels, potten en pannen werden naast de deur gezet en de ventjes kwamen ze later halen. 's Morgens vonden de bewoners alles weer terug, goed schoongemaakt en blinkend gepoetst. Op een gegeven dag wilde één van de mannen van een huis, waarvan de moeder net haar potten buiten had gezet, meer weten over de geheimzinnige Auvermenkes. Nadat er weer was geklopt en de potten buiten waren gezet, verstopte de man zich en keek door een sleutelgat naar buiten. Eén van de ventjes had dit echter in de gaten. Hij blies zo hard door het sleutelgat dat hij de man een oog uitblies.
Iets soortgelijks gebeurde met een knecht die op een zekere dag een grap met de ventjes wilde uithalen. Hij verving de brokken peperkoek in de pot door versleten leren lappen. Daarna ging hij gniffelend op de hooizolder liggen om de kabouters stiekem te bespieden. De brokken peperkoek at hij zelf op. De kleine gasten kwamen en aten, maar het scheen hen niet echt te smaken.. "Wat zijn die brokken hard vandaag!'" riep één van hen, "Wel", zei een ander, "Dat moet een grap van de knecht zijn". Ze volgden de kruimels, die op de grond waren gevallen en vonden hem op de hooizolder. "Daar zit hij ! Blaas hem het licht uit!" riep één van de Auvermannetjes opeens. De volgende dag was de grappige knecht een oog kwijt...
Ook wordt verteld dat dezelfde Auvermannetjes de steenkool ontdekten. In één van hun onderaardse gangen, hadden ze een soort zwarte steen gevonden die in brand geraakte wanneer hun houtvuur er mee in aanraking kwam. Daardoor werden zij genoodzaakt geen vuur meer in hun holen aan te steken, maar 's nachts in de open lucht hun potje te koken. De slimme kabouters hadden meteen begrepen dat zich in deze steen brandbare stoffen bevonden, waardoor ze beter en langer zouden branden dan hout. Daarom haalden ze 's nachts die zwarte stenen naar boven om op de heuvels een vuur aan te leggen. De dorpsbewoners zagen dit vuur vanuit de verte en kwamen er naar toe. De Auvermannetjes vluchtten als gewoonlijk bij hun nadering en zo zagen de mensen voor het eerst de brandende steen. Ook zij gingen deze stenen in het vervolg gebruiken om de haard aan te houden.
Tegenwoordig zijn er nauwelijks nog Auvermannetjes. Ze zouden zijn verdwenen door de opkomst van vele kerkklokken. Tegen het geluid daarvan konden ze niet goed. Jammer, maar helaas. De afwas en de verstel- en herstelwerkzaamheden zullen de Limburgers dus weer helemaal zelf moeten doen.
Neem contact op:
Telefoon +31 (0)45 522 7272
E-mail info@kasteelhoensbroek.nl
Bel me terug:
Als u uw nummer hier invoert,
bellen wij u terug.