Een opmerkelijke ruimte in het kasteel, is de kerker. Deze is te vinden geheel beneden in de middeleeuwse toren, die gebouwd werd in de veertiende eeuw. Deze gevangenis is alleen te bereiken via en zeer nauwe wenteltrap. Schurend langs het baksteen bereik je de dikke eikenhouten deur die van buiten gesloten werd door een massieve dwarsbalk. De ruimte achter deze deur is beangstigend. Een ronde ruimte van niet meer dan vier meter doorsnee en zo'n tweeënhalve meter hoog. De vloer is van leem en het enige licht dat deze ruimte binnendringt, is zeer flauw en valt binnen door een smalle koker in de drie meter dikke muur. De ruimte bevindt zich vlak boven de waterspiegel van de slotgracht, waardoor het in de kerker dan ook zeer koud en vochtig is.
Wie hier gevangen zat, kon worden vastgeketend aan een zware balk. Een ijzeren harnas om je bovenlijf en een korte ketting beperkten de beweegruimte. Voor de gevangene was de balk zijn stoel, bed en toilet. Hij zat dus constant in zijn eigen uitwerpselen, zonder dat hij zich kon wassen. Van ,,luchten'' en uitmesten was natuurlijk geen sprake. Pas als de gevangene was veroordeeld of de geest had gelaten, werd hij in zijn eigen mest weggevoerd. Het schaarse voedsel dat de gevangene kreeg, zat in een houten trog. Dit was niet meer dan een uitgeholde balk.
In deze troosteloze situatie, was de enige afleiding die men had de smalle luchtkoker die vanuit de kerker naar de buitenwereld liep. Het was de enige lichtbron. De enige hoop ooit weer vrij te zijn. Het enige besef van dag en nacht. De ketting die de gevangene met de balk verbond, maakte het net mogelijk één stap naar links en één stap naar rechts te maken. Wanneer de gevangene zich rekte kon hij net de koker bereiken en zo recht omhoog kijken. Tussen de tralies door kon hij dan een klein stukje lucht zien met voorbij glijdende wolken. Deze beweging makend, zocht de opgeslotene met zijn hand steun op de sluitsteen voor de lichtkoker. Dagenlang achter elkaar zocht de gevangene het licht, zocht hij contact met de verloren gegane vrijheid. Elke dag steunend met gespreide vingers, reikend naar het licht, een wiegende beweging makend met de hand. De hand ging, dag in dag uit, op en neer over de sluitsteen.
Tot op de dag van vandaag zijn de sporen te zien. De uitgesleten vingers in de steen van de levend ter dood veroordeelde. Uitgesleten door oneindig strelen, tastend naar de vrijheid. Uit pure wanhoop.
Neem contact op:
Telefoon +31 (0)45 522 7272
E-mail info@kasteelhoensbroek.nl
Bel me terug:
Als u uw nummer hier invoert,
bellen wij u terug.