Waar moet je een kasteel bouwen?
De dikte van de muren, de hoogte van de heuvel en de breedte van de gracht, waren belangrijk ter bescherming. Ook heel belangrijk was de plaats waar het kasteel werd gebouwd. Het kasteel moest op een strategische plek liggen, op een goed verdedigbare plaats. Dus bijvoorbeeld op een berg of in het water. Kastelen liggen vaak ook aan belangrijke handelsroutes. Bij een weg of een rivier. Deze twee laatste voorwaarden gelden voor kasteel Hoensbroek: het is gebouwd in het moeraslandschap dat moeilijk in te nemen is voor een vijandig leger. Daarnaast is de locatie zeer strategisch gekozen langs de handelsweg van Gent, via Maastricht naar Frankfurt am Main.
Een moeraslandschap is een uitstekend verdedigingsmiddel; het is zeer onbetrouwbaar en moeilijk begaanbaar. Maar liefst drie beken voeden de grachten van het kasteel: de Molenbeek, de Geleenbeek en de "Auwermoer", een zijtak van de Caumerbeek. De natuurlijk meanderende loop van de Caumerbeek wordt momenteel teruggebracht in het landschap, waardoor de rijkdom aan planten en diersoorten terugkeert (Projekt CorioGlana)
In een beekdal zijn hoofdzakelijk afzettingen uit de Formatie van Singraven te vinden. Deze beekafzettingen bestaan uit een mengvorm van klei, zand en grind. Voor de eerste boeren, die zich circa 7000 jaar geleden vestigden in Zuid-Limburg, waren, naast de vruchtbare lössgrond, de nabijheid van water en grasland belangrijk. Daardoor bevonden de meeste vestigingsplaatsen zich aan de randen van de beekdalen. De drassige beekdalen waren ongeschikt voor akkerbouw en meestal in gebruik als wei- en hooiland (beemdgronden). Deze beemdgronden waren in bezit van grondheren. Voor het gebruik van de hooilanden moesten pachters cijns (pacht) betalen. Wei- en hooilanden waren er voor het vee. Hooiland leverde het wintervoer en op de weiden liet men in de zomer het vee grazen.
Neem contact op:
Telefoon +31 (0)45 522 7272
E-mail info@kasteelhoensbroek.nl
Bel me terug:
Als u uw nummer hier invoert,
bellen wij u terug.